De spelregels van squash
Sinds 2009 speelt de hele squashwereld volgens hetzelfde puntensysteem, maar wie net begint loopt al snel tegen vragen op over serveren, let-beslissingen en het verloop van een wedstrijd. Dit artikel zet de belangrijkste spelregels van squash op een rij.
Squash wordt op het eerste gezicht vaak als een eenvoudige sport gezien: raak de bal en sla hem tegen de voormuur. De regels rond scoren, serveren en hinderen zijn echter preciezer dan ze lijken. Sinds 2009 hanteert de World Squash Federation (WSF) wereldwijd hetzelfde reglement, zodat een wedstrijd in Antwerpen volgens exact dezelfde regels verloopt als een wedstrijd op de PSA-tour.
Scoren met het PAR-systeem
Sinds 2009 speelt squash met het PAR-systeem (point-a-rally): elke rally levert een punt op voor wie hem wint, ongeacht wie op dat moment serveerde. Een game wordt gespeeld tot 11 punten. Staat het 10-10, dan gaat de game door tot een van beide spelers een voorsprong van twee punten heeft; er zit geen maximum aan de eindstand van een game.
Wedstrijdformat: best of five
Een wedstrijd wordt gespeeld over maximaal vijf games. Wie als eerste drie games wint, wint de wedstrijd. Een wedstrijd eindigt dus in 3-0, 3-1 of 3-2.
De service
Bij de opslag moet een speler met minstens één voet volledig binnen het servicevak staan, zonder de lijnen ervan te raken. De bal moet de voormuur raken boven de servicelijn en vervolgens neerkomen in het achterste kwart van de baan aan de andere kant. Anders dan bijvoorbeeld bij tennis kent squash geen tweede service: een foutieve opslag levert direct het punt op voor de tegenstander. Zie de basistechnieken in squash voor de uitvoering van de opslag zelf.
Let, stroke en no-let: als spelers elkaar hinderen
Doordat beide spelers zich op een klein, gedeeld oppervlak bevinden, komen hinderingen regelmatig voor. Daarvoor kent squash drie mogelijke beslissingen:
- No let: er was geen echte hindering; de rally telt gewoon door.
- Let: de hindering was reëel, maar de gehinderde speler had niet zeker een winnende slag kunnen maken. De rally wordt overgespeeld, met behoud van de stand en dezelfde speler aan de opslag.
- Stroke: de hindering voorkwam een waarschijnlijk winnende slag, of de bal zou de tegenstander rechtstreeks hebben geraakt. De gehinderde speler krijgt het punt toegewezen.
In een toernooiwedstrijd is het de scheidsrechter die deze beslissing neemt, op verzoek ("let, please") van een van de spelers.
De baan: overal ter wereld dezelfde afmetingen
Een squashbaan is overal ter wereld identiek: de WSF-specificaties schrijven een lengte van 9,75 meter en een breedte van 6,4 meter voor. De tin, de metalen strook onderaan de voormuur waar de bal niet onder mag raken, zit op 0,48 meter hoogte. Op de voormuur ligt de bovengrens (de outline) op 4,57 meter; de servicelijn, waar de bal bij de opslag overheen moet, zit op 1,78 meter hoogte.
Wie deze regels onder de knie heeft, kan zich verder verdiepen in de squash tactiek of nalezen wat squash precies inhoudt.